Wat zijn wij makkelijk te breken

Advertenties

Over de geneugten van de zonnevakantie

‘Kom mee op ontspannende zonnevakantie. Alstublieft, Tim. Please?’ Het afwimpelen van deze en andere overredingspogingen werd op den duur zo stresserend dat ik aan een ontspannende zonnevakantie toe was. Dat trof. Wij dus met z’n vijven op weg naar Javea aan de Costa Blanca: het alfadier, de culinario, de lamme goedzak, de debatteur en ik, luis in de pels, van alles bang en ‘niet in mijne goeie’.

Daar in Javea kocht de familie van het alfadier (noem hem ‘A’) een huis op een heuvel, met errond onaangename hitte zo ver het oog reiken kan. Een luxedomein dat we helemaal voor ons alleen hadden. Tot bleek dat A’s gespierde fitnessbroer en diens Russische vriendin de villa net dezelfde week geclaimd hadden. Geen probleem, dat kan meevallen. Al helpt het niet dat hij ons vanaf dag één consequent zou aanspreken als nerds – daar kon zelfs geen, nochtans perfect ineengeknutselde, socratische redevoering iets aan verhelpen.

Vechten voor ons territorium werd dus mogelijk de opdracht. Normaal geen probleem voor mij, maar zoals gezegd: ik was niet in mijne goeie. Een vreedzaam verbond leek mij passender, zeker door mijn reeds gebroken geest, een direct gevolg van de security check in Zaventem, waar mijn handbagage een tweede keer door de scanner moest. Ontspannende zonnevakantie? Eerder een emotionele rollercoaster, ja! Buckle up!

Dus, wij komen daar toe, om 2 uur ’s nachts aan de dijk in Javea (na een avondvlucht en lange autorit) in een zomerstorm die ze in België niet kennen. Bliksems! Regen! Nog… bliksems! In club Achill, de enige van enige standing in het kuststadje, viert de gespierde broer zijn verjaardag samen met zijn lief en haar eveneens Russische vriendin, waar we godverdomme met onze vuile fikken van moeten afblijven, of zo lees ik toch in de blik van A die zich haar enkele uren eerder voor het gemak al had toegeëigend. Nog in de club: een andere vriend van de broer. Een ex-fitnesser met nog vage kenmerken van zijn verleden. Niet de spieren. Eerder het volume. Zijn grootste sterkte blijkt dat hij elke dag een ander excuus weet te verzinnen om niet van outfit te hoeven veranderen. Zwart T-shirt van DSquared, fluoroze zwemshort. Elke dag.

Bon, wij drinken daar in Achill nog een paar Corona’s aan vijf euro het stuk en ik wil onderhand terug naar België. Mijn gemoed keert pas lichtjes wanneer ik tijdens de nachtrit naar onze mansion merk dat alle straten in de villawijk genoemd zijn naar kunstschilders. Ah, de verfijnde geur van cultuur! Wordt deze reis toch nog een schot in de roos?

Neen. De Russinnen blijken weinig communicatief, door hun gebrekkige kennis niet in staat een woordspeling te begrijpen (dodelijk voor mij), en minstens één van hen houdt van reggaeton. Bovendien maak ik een eerste keer kennis met de Instagram-generatie, zeg maar de Instagram-ontspoorden. En dat alles in combinatie met een ander steeds dreigend onheil: een lichaam ‘koudte’ – door mijn reisgezellen verkeerdelijk een deugddoend zwembad genoemd, maar in wezen gewoon chloorwater dat overmatig zweten op de ligstoelen beantwoordt met een koudeshock, net als een moeilijk afstelbare douche: een tikje naar links en je krijgt lava, eentje naar rechts en de tranen door zoveel moeilijke afstelbaarheid veranderen in ijspegels.

Een zwembad, bovendien, bevolkt door opblaasdieren die je je ergste vijand niet toewenst. De eenhoorn met regenboogmanen loopt gelukkig al snel ‘onfortuinlijk’ leeg – kapotgeschuurd aan de scherpe randen van mijn oplopende frustratie, vermoed ik – maar dat kan niet verhinderen dat de Russinnen lustig de flamingo berijden tijdens hun fotoshoots die soms dagen in beslag lijken te nemen. ‘You take picture?’, klinkt het geregeld ergens op de achtergrond, telkens de twee samen op de foto willen. Excuseer: op de foto’s. Duizenden.

Niet zelden peddelen wij voor deze gekheid gedwongen en in ijltempo uit beeld op onze luchtmatras opdat wij in al onze niet-fotogeniekheid beeld 1.024 van 1.346 niet zouden verstoren. We vergallen de reflectie van de maan in de gelnagels, klinkt het – het is intussen nacht geworden. Uiteindelijk zou enkel foto 1.257 Instagram halen: daar ligt het Russische haar perfect, is de lach niet te overtreffen spontaan en staat Mercurius zo heerlijk op één lijn met Mars en Jupiter.

IMG_20180914_133333223

Eén, hooguit twee keer, trekken wij er daadwerkelijk op uit. Voor cultuur? Neen. Voor een strand. Daar is ander water. Kouder dan dat van het zwembad en gevaarlijker, want met golfslag. Ik spreid mijn handdoekje dus gerieflijk op het keienstrand, omdat ik mijn rug toch niet meer nodig heb de komende 60 jaar, en blijk mij dan op een nudistenstrand te bevinden. Daar gaan enkel de zonnekloppers naakt die de gebreken van hun lichaam hebben leren aanvaarden. Helaas bevinden we ons tussen absolute experts in de discipline. Ja, ik ben wel te vinden voor wat blote borsten. Maar er zijn grenzen.

IMG_20180910_161221703_HDR

Intussen treffen de versierpogingen van A bij Russin 2 doel. Zij blijft haar (geplande korte) verblijf telkens met een dag verlengen. Dat kondigt ze dagelijks aan met de niet mis te verstane boodschap ‘I received to stay’. Gebrekkig Engels, dat zeker, maar nog altijd duizend keer verstaanbaarder dan het Russisch waarin de Russinnen onderling continu moordcomplotten lijken te beramen, agressief als zij hun lettergrepen spuwen. Heimelijk hoop ik dat ook op mij een moord beraamd wordt. Dan gebeurt er nog eens wat, op deze ontspannende zonnevakantie.

Omdat een mens maar zoveel frustratie kan dragen, trek ik er geregeld op uit om het opgebouwde geërger om te zetten in noeste trainingsarbeid. Nergens anders voelt lopen in het zonnetje immers zo heerlijk letterlijk als lopen ín het zonnetje: 15 miljoen graden. Omdat de Belgische Kust al het vlakke wegdek had opgebruikt, moest Javea bovendien noodgedwongen besluiten tot het aanleggen van verschillende Muren van Geraardsbergen, achter elkaar. En wel zo dat het in elke richting bergop gaat, elke meter, elke pas.

Om rolstoelpatiënten op een veilige afstand te houden, besliste de gemeente Javea ook om de verlichtingspalen in te planten midden in de al smalle voetpaden. Een uitermate geslaagd initiatief. Geen rolstoel gezien. Om toeristen in het algemeen af te schrikken, wordt er dan weer bespaard op het áántal voetpaden. De auto’s die daardoor rakelings langs mijn loopshirt scheren, zorgen voor een welgekomen briesje, maar ook voor angstzweet, wat het netto effect op nul brengt.

IMG_20180911_124925332

De verbrande calorieën worden aangevuld met – het moet gezegd – veelal erg te smaken eten. Wel pas ’s avonds rond 22u, wanneer mijn maag al in schaarstemodus gegaan is, omdat ze zo stilaan geen voedsel meer verwachtte. De uren daarvoor heb ik dan al door huis gescharreld op zoek naar ontbijt, middagmaal of vieruurtje. Bier is vaak de oplossing. Ons geld steekt namelijk vooral daarin. Het vloeibare goud. Corona’s. Desperadossen. San Miguellekes. Alhambra’s. Allen aangerukt per 48 flesjes. Met het resterende kleingeld wordt een stokbrood of drie gekocht. Eén keer maakt een vriend wel pepers vermomd als fajita’s. Een slimme zet, want door de betraande ogen, zie je je honger niet meer, en het vuur dat ik spuw doet de buitenlucht relatief koeler aanvoelen.

Maar oké, het zij zo. Ze willen een vakantie van absoluut nietsdoen? Ze kunnen er één krijgen. Net heb ik mijn brein eindelijk gewend richting dat doel van het grote niets, of daar blijkt al dat er toch verplichte activiteiten zijn. Zo maakt kaarten (verplicht) deel uit van een ontspannende zonnevakantie, weet de organisator. Het brengt hernieuwde inzichten: meteen weet ik weer hoe graag ik niet-kaart. Werkelijk niets overtreft niet hoeven te kaarten.

Maar klagen heeft geen zin. Wiezen mag ik dan nog kunnen afwimpelen, onder manillen bij het zwembad raak ik echt niet uit. Gelukkig haalt iemand tussen twee deelbeurten gedurig zijn Nintendo 3DS boven om telkens een tiental seconden Pokémon te kunnen spelen (ja, wij zijn 28-jarigen), wat leidt tot geërger bij de anderen en het uiteindelijke stopzetten van het kaartspel – doel alsnog bereikt.

Dat Pokémon-gedoe blijkt zelfs een rode draad door de reis – ik schaam me terwijl ik het schrijf. Ikzelf verlaag me uiteraard maar heel even tot Pokémon Go, mogelijks (maar niet zeker) omdat mijn pokéballen waren opgeraakt.

‘Pokémon? Schermverslaafd? Kunnen jullie dan niet meer interageren met andere mensen?’, hoor ik denken. Niets is minder waar. Net maar heb ik de dansbenen losgegooid tijdens weer een avondje in Achill of ik sla bijna twee Ierse schones aan de haak. ’t Is te zeggen: er worden wat woorden heen en weer geschreeuwd tussen de Ierse Haley en mij in de klereherrie bij het podium en van dat moment af aan bekijkt haar vriendin Riona mij met een stink eye, ik als potentiële kapotmaker van hun jarenlange vriendschap.

Haley gaat uit respect voor de afkeurende blik van haar vriendin dan maar schuren met een knapperd met wél een weelderige haardos én stretchers in zijn oren, ik word intussen aangesproken door een rijzige homo uit Dublin: de natuurlijke orde der dingen is weer hersteld. Met een zekere gelatenheid bestel ik een Coronaatje (weer 5 euro erdoor) om minder hard uit mijn droom te vallen. Succes went, falen ook. En bovendien: ik kan nog altijd overgaan tot dronken staren naar wat had kunnen zijn – over de jaren heen uitgegroeid tot een hobby. Wij zouden twee kinderen gehad hebben en een labrador, voor de geïnteresseerden.

Was er dan werkelijk niets positiefs aan deze vakantie? Tuurlijk wel. Ik heb per ongeluk sigarettenas gedronken. (En dus niet gerookt, dát zou pas slecht geweest zijn voor de longen!) Ik weet nu weer welke hapjes ik zeker moet vermijden in de toekomst. (Gefrituurde jalapenos zijn niet goed voor mijn maag.) Ik heb de vrouwen die ik niet benaderd heb in Achill ook niet teleurgesteld. (Da’s… positief.) Ik ben ontsnapt aan de 136 insectenbeten die een andere vriend wel moest trotseren. Ik heb – als enige Belgische liedje op die vakantie – ‘Ayo Technology’ van Milow door de boxen van een terras aan de kust horen blèren, wat  – door groeiend succes daar – de kans vergroot dat Milow naar Spanje verhuist en bijgevolg nooit nog in België te horen zal zijn (fingers crossed).

En mijn lichaam is bovendien ontgift. Door dit te kunnen schrijven in de eerste plaats. En natuurlijk ook door het zweet. Zweet. Zweet. Zweet. Nazweet. Nog meer zweet.

You win this time, Spain.

IMG_20180914_181226455_HDR

De doorzettingsmedaille

Zo’n twee maanden geleden kreeg ik de flyer van de halve marathon in Gooik in handen. Het provinciaal kampioenschap. Prikkelend. Sommige van mijn mooiste atletiekherinneringen stammen uit halve marathons. Een halve was mijn allereerste wedstrijd ooit – altijd speciaal. En op het BK liep ik ooit tot de laatste druppel leeg richting een toen knappe 1:19.01. Ik besefte er, handen in de hekkens, hijgend als een hond, dat ik voor het eerst trots was op een atletiekprestatie van mezelf.

Voor dit PK in Gooik dacht ik zeker in een 1:19-vorm te geraken, rekening houdend met het loodzware parcours.

Dat was tot ik mijn teen brak bij het zaalvoetballen.

De breuk viel mee. Tien dagen niet lopen, maar wel onmiddellijk ingetapet de mountainbike op. 320 kilometer in 6 dagen, vóór het werk. Het kon nog.

Dat was tot ik zwaar op mijn linkerknie viel op een betonnen vloer.

Serieuze zwelling. Lachwekkend grote blauwe plek. Dan paars, dan geel. Maar vooral: de knie pijnloos plooien lukte niet, zelfs niet tot mijn laatste voorzichtige loopje twee dagen voor de wedstrijd.

Ik geef niet graag op. Dus ik rij naar de wedstrijd. Door omstandigheden alleen, zonder supporters, maar wel met twijfel. Niet over de conditie – kan ik mijn knie blijven plooien, dan zit een hoge 1:18 erin, denk ik.

Op dat schema vertrek ik ook. De benen bollen vlot, tot plots op kilometer zes: steken. Niet te negeren. Al jaren niet meer voorgehad, en zelfs nog nooit in deze mate. Rechtop lopen lukt niet meer door de pijn, ook al probeer ik dat nog enkele honderden meters te ontkennen. Na zeven kilometer stop ik een eerste keer. De teleurstelling die op dat moment door mijn lichaam golft, is moeilijk te begrijpen. Ik wandel – the horror – en denk aan de mensen die weten dat ik vandaag een halve loop en aan wie ik 1:19 heb beloofd. Minstens. Het zal inderdaad minstens 1:19 worden, aangezien ik momenteel aan 5 km/u door Gooik wandel. Tristesse. Voorbijgestoken door jan en alleman, voor een deel lopers van de 10km wel.

Ik op een sukkeldrafje weer verder. Zelfs 15 km/u blijkt te snel om de steken te doen minderen. Intussen verzuurt mijn rechterbeen omdat ik onbewust overcompenseer om mijn linkerknie te sparen. Het gaat nog trager. Ik moet nog enkele keren stappen.

Twee keer nog passeer ik aan de start/finish en is uitstappen veruit de gemakkelijkste optie.

Ik weiger uit principe, hoop gewoon dat hier geen bewegende beelden van bestaan. Van deze flop.

Over mijn positie in de categorie ‘senioren’ heb ik geen flauw idee. Niet eerste, dat weet ik wel, daar loopt Lander. Niet tweede, die heb ik me zien voorbijsteken.

Alles doet pijn. Ook de aanmoedigingen van mensen die het goed bedoelen, maar niet verder van de waarheid zouden kunnen zitten. “Goed bezig! Komaan!” Meerdere keren wil ik stoppen en hen uitleggen dat ik níet goed bezig ben, dat ik mijn ingetapete teen voel, dat mijn knie moeilijk plooit en dat mijn rechterbeen net heeft beslist geen medewerking meer te verlenen. Ik besluit ertegen.

Joggend kom ik over de finish. Zo’n negen minuten boven schema, een tijd die ik al had kunnen lopen toen ik nog maar mijn eerste stapjes in de atletiek zette. Maar toch: ik heb niet opgegeven. Da’s ook al iets. Jammer dat ze daar geen medailles voor geven.

Ik rep me naar huis, ik heb een vlucht te halen. Naar Spanje. Om dit debacle te vergeten. Op weg naar de luchthaven: een bericht. “Proficiat kampioen!!!” Een foto van een bronzen medaille. Mijn eerste ooit op een kampioenschap.

Dit debacle vergeten? Koesteren, ja! En volgend jaar breuk- en kneuzingloos naar 1:17. Moet kunnen. Met wat doorzetting.

Er zijn dagen die ik koester en in sommige zit jij

Er zijn dagen die ik koester en in sommige zit jij
een feest ergens op reis, ik die je rondleid
in de straten waar ik woon
gewoon

geen ervan hertekent de loop van de wereld,
geen ervan doet iemand stoppen
die bladert door mijn grote dagenboek
geen mens die het merken zou raakte er eentje zoek
– per ongeluk uitgescheurd of onleesbaar geel verkleurd
van ik, altijd ik, die de dagen op schoonheid schik –
behalve ik

misschien jij?

Neen, ik heb uw kat niet gezien

Ergens tussen mei van dit jaar en nu is de mens de vaardigheid kwijtgeraakt zijn huisdier in de gaten te houden. Geen erg, ware het niet dat diezelfde mens weken later slechts bedacht zijn facebookvrienden met dat rotkarwei te kunnen opzadelen.

‘Heeft er iemand Blackie gezien, een volledig wit poesje, voor het laatst opgemerkt te Aalst?’ ‘Of Minoes, weggedribbeld ergens te Zottegem?’ (Spoiler: weggedribbeld betekent in dezen wellicht genadeloos tot moes vermalen onder dikke, warme truckbanden.) Hetzelfde in Hofstade, Vlaams-Brabant. Of Hofstade bij Antwerpen. Zuienkerke. Aarschot. Reet. Zo gaat dat maar door. Verloren gelopen poezen op mijn facebook, op plaatsen waarvan ik het bestaan niet kende. De poezen in kwestie slagen er niet alleen in die plaatsen wél te vinden, ze raken er nog eens de weg kwijt ook. Snorharenkrullend.

De meeste vermiste katten kijken bovendien zo kwaad op hun opsporingsfoto dat je hen ervan verdenkt al jaren op een ontsnappingspoging te broeden. Alsof ze toen al doorhadden dat hun baasjes net die mensen zijn die lullige opsporingsberichten op facebook zouden zetten. Eigenlijk zijn katten verduiveld slim. Of toch zeker verduiveld.

‘Pistasj is heel snoezig, maar luistert niet zo goed.’ Logisch, ’t is een kat.

‘Bel naar 0471 xx xx xx. We missen haar.’ Met plezier, madam. Eén probleem: ik bel niet graag, dus dat zal al niet lukken.

En als ge dan nu van mijn facebookfeed wilt gaan: ik moet nog dertien berichten van kattenasiel ‘Het Zielig Poesje’ snoozen – er zouden evenveel katten weggelopen zijn in Reetveerdegem. Of doe ik dat maar beter niet? Want voor elk bericht dat ik mute, lopen er twee extra weg, dreigen ze bij Poezenasiel ‘De Mottige Kater.’

Wie spint er garen bij deze berichtenbombardementen? Dat is de vraag. Een verborgen poezenlobby? De poezenmaffia met nog bloot te leggen beweegredenen, misschien? En met aan het hoofd ervan een opperkater, die terwijl hij het garen spint ook nog eens gaarne spint? Het zou zomaar kunnen.