De opinie te veel

Het is hier lang stil geweest. Ik wilde niet degene zijn die de opinie te veel zou schrijven. Nu ‘millennial Jeroen Deckmyn’ zo vriendelijk is geweest dat in mijn plaats te doen, ligt de weg weer open. Hij vloog te dicht bij de zon, en we weten allemaal waar dat toe leidt. Een zonneslag en het verlies van elk taalgevoel. Zo blijkt. Snel, James, mijn Aladdinschoentjes: ik voel mijn tenen krullen.

Het valt mij zwaar dit te schrijven. Graag zou ik nu nog door de velden huppelen, een mooie bijwoordelijke bijzin aan de hand, of gewoon nog maar eens gezellig naar de bioscoop gaan met een zorgvuldig gekozen stijlfiguur. Helaas, dat is niet meer mogelijk. Iemand is er eindelijk in geslaagd de Nederlandse taal dood te krijgen. En dat dan nog vanuit het verre China. (Met óns belastinggeld!) Bedankt, Jeroen.

Jeroen – geen gefingeerde naam, de weeklimiet voor verzonnen zever is door zijn toedoen immers al overschreden – vond het nodig de link te leggen tussen Samson & Gert en burn-outs. Omdat afstand kunnen nemen belangrijk is, doet hij dat vanop 7.500km van het Sportpaleis. Omdat het kort en bondig moet, houdt hij het ‘maar’ op drie A4’s. “Herhaling is mijn favoriete stijlfiguur, en dan dijt het al snel uit”, weet Jeroen. Jeroen is geen dommerik. Hij opent alvast synoniemen.net om wat tegengewicht te bieden aan al zijn herhalingen (hij overweegt het woord ‘anaforen’). Handig, zo kan hij elk basiswerkwoord vervangen door een (bijna-)synoniem tot het lachwekkend wordt. “Of wat als ik een bedrijfsnaam vervang door een constructie die wringt tot het ongemakkelijk aanvoelt?” Dat gaat ongeveer als volgt:

‘Laatst, in een onbewaakt moment van verveling, zat ik wat rond te kijken op de uitvinding van Mark Zuckerberg.’

“Zalig”, denkt Jeroen. “Dit is goed. Dit is zéér goed. Ik voel mij superieur!” Het woord superieur besluit hij niet te gebruiken. “Dat gaat het plebs niet begrijpen.” Het plebs dat zich – in tegenstelling tot hij, achtentwintig lange jaren wijs – níet bezighoudt met het oplossen van de Palestijnse kwestie, maar wel de liedjes van Samson & Gert ‘vanbuiten staat mee te kwelen’ (probeer maar eens mee te kwelen zonder de tekst te kennen) in het Sportpaleis. De schande. Nee, daar wordt Jeroen niet ‘dol van enthousiasme van’.

En terwijl ik mij naar het einde van zijn tekst sleep, gaat het van ‘de leegte in mij was nog groter dan daarvoor’ (correct!), ‘ik moest denken aan Rem Koolhaas’ (ook ik denk vaak casual aan Rem Koolhaas), ‘het is niet makkelijk om een millennial te zijn’ (please…) en ‘wij, goede Belgen’ of ‘wij, millennials’ (spreek voor uzelf).

Leeg gelezen kom ik bij de laatste zin. Mijn geduld wordt beloond. Ik krijg de mislukte pointe waar ik zo naar dorstte. ‘China wordt een wereldmacht. Maar dat zie je niet wanneer je in het Sportpladijs staat te W817 op iets wat toch nooit meer terug zal komen.’ Lees die zin luidop, Jeroen. Hoor je het probleem?

Bedankt voor de opinie waar niemand op zat te ‘W817’.

———————–

Omdat vrtnws de opinie hopelijk snel zal verwijderen, hieronder de integrale tekst. Al maak ik mij wel lichtjes ongerust. Het is nu bijna 16u. De opinie staat sinds 5.54u online. (In het blauw de stukken die nergens naar lijken.)

 

Opinie Beste Ketnetters, Samson & Gert zijn geen remedie tegen onze burn-outs

“Ketnet is 20. Ketnet, dat was iets voor ons, kindjes, en voor ons alleen. Het is om van te huilen. Dat die tijden voorbij zijn. En nooit meer terug zullen komen. De wereld is veranderd, maar dat zie je niet wanneer je in het Sportpladijs staat te W817 tijdens een throwback met kinderen van twintig of dertig.” Millennial Jeroen Deckmyn.

Ketnet is twintig. En ikzelf ben achtentwintig. Ik herinner mij nog goed het begin de kinderzender. Dat heerlijke gevoel. Onze ouders hadden Canvas, en vanaf nu hadden wij dus Ketnet. Dat was iets voor ons, kindjes, en voor ons alleen.

Om het te vieren heeft de VRT enkele reeksen van vroeger online gezet, W817, Kulderzipken, Spring, De Boomhut. Reeksen die ik als kleine jongen keek als hing mijn leven ervan af.  Laatst, in een onbewaakt moment van verveling, zat ik wat rond te kijken op de uitvinding van Mark Zuckerberg. Ik stootte op een bericht van een oude klasgenote van mij. Ze deelde mee dat ze in een sessie van vijf uur heel Kulderzipken had gebingewatcht, hashtag happy, hashtag uitgeput. Het bericht leverde haar dertien likes op, één grijnzende smiley en twee hartjes.

Ik klikte de link open die ze had gepost, kwam uit bij VRT NU, en ging naar W817. Mijn favoriet.  Ergens hoopte ik dat het wat zou doen met mij, ook nu nog, al die jaren later. Zoals een Kuifje nog wat doet, of een Asterix, of een boek van Roald Dahl. Dat er iets in zou zitten wat ik kan gebruiken. Dat het mij energie zou geven. Zoals vroeger.

Toen ik dol van enthousiasme werd van Brigitte en Akke en al die anderen waarvan ik de namen ben vergeten.  Maar er gebeurde niks. Ik voelde helemaal niks.  Of jawel: teleurstelling. Want het hele ding was verouderd en het verhaal zat niet goed in elkaar en de acteurs acteerden zo slecht, en het enige wat ik voelde was het besef dat ik net veertig minuten van mijn leven had verspeeld.

De leegte in mij was nog groter dan daarvoor en in die ongezonde geestelijke toestand zat ik te suffen voor mijn scherm. Misschien, zo dacht ik, viel toevallig deze ene aflevering tegen, en misschien moest ik een tweede aflevering kijken. Misschien zat er daar wél iets in wat me terug dat heerlijke gevoel van vroeger zou kunnen geven.

Maar toen belde mijn vrouw mij op en ze vroeg mij of ik het gezien had, van Donald Trump en Jeruzalem. Ik zei van niet en ik klikte een nieuwssite open, las over Trump, en het leven ging voort.

En toen, gisteren, skypete ik met een vriend in België. Hij wist me te zeggen dat begin december het sportpaleis vier keer uitverkocht was. Door raad eens wie? K3? Nee, Samson en Gert! En de zaal, zei mijn vriend (die per vergissing zijn kleine kinderen had meegenomen), zat bomvol late twintigers en jonge dertigers die al de liedjes vanbuiten stonden mee te kwelen.

Ik lachte even, want de Samsonrock kennen wij, goede Belgen wel vanbuiten, in tegenstelling tot ons volkslied. En verder dacht ik er niet meer over na.  Maar vandaag bleef het maar terugkomen in mijn gedachten. Want hoe kan het nu dat zoveel mensen van mijn leeftijd zo’n heimwee hebben naar hun kindertijd? Dat ze zelfs een ticket kopen voor een Samsonshow? Een Samsonshow voor kinderen van twintig en dertig, wie komt er nu op het idee? En wie voert dat idee dan ook nog uit?

Een geniale gek, zo blijkt, want vier keer was het sportpaleis uitverkocht. Dat zijn tachtigduizend tickets, beeld je dat eens in!  Tachtigduizend jongvolwassenen hebben achter hun computer zitten wachten totdat de ticketverkoop van start ging. Tachtigduizend jongvolwassenen hebben effectief op “kopen” geklikt, hun visakaart erbij genomen en zijn overgegaan tot de betaling.

Tachtigduizend jonge mensen hebben in de file gestaan voor Antwerpen en hebben daarna twee uur lang de oude Samsonhits uit hun longen staan brullen. Tijdens de “Throwback Thursday in het Sportpladijs”.”Nu,” dacht ik, mezelf tot kalmte manend, “dat is oké. We leven in een vrij land. Ieder mag doen wat zij of hij graag doet.“En we zijn allemaal op zoek naar troost in deze tijden, dat weet ik ook wel.

Het is niet makkelijk om een Millennial te zijn. De laatste jaren zijn best moeilijk geweest voor ons. De wereld bleek niet die mooie plaats te zijn die onze ouders, de welwillende babyboomers, voor ons hebben willen creëren, die wereld van woonkamers vol zachte kussens waarin wij zomaar konden vallen, van gemaaide gazontapijten waarop wij onze knieën geen pijn zouden doen, van een masterdiploma en van een tweede masterdiploma, ons harnas voor later.

Het was allemaal niet zoals we dachten. Wij bleken niet de supermensen die we zelf geloofden te zijn. De wereld lag niet aan onze voeten. We kregen burn-outs, en als we er zelf geen kregen, dan waren het onze vrienden wel, of onze broers of onze zussen.

Je zou voor minder afzakken naar het Sportpladijs. Voor even terug naar het paradijs. De wereld van vroeger. De warmte van de kindertijd. De tijd van voor de aanslagen in 2016. Van voor de vluchtelingencrisis van 2015. Van voor de economische crisis van 2008. Van voor elf september 2001.

De tijd waarin we nog onschuldig waren. Toen we nog konden dromen van feestjes bouwen en al ons geld opdoen, niet aan een appartement op het Zuid, of aan een designsofa, of aan een iPhone X, maar aan liters limonade en honderd kilo chocolade!

Het is om van te huilen. Dat die tijden voorbij zijn. En nooit meer terug zullen komen. Het is om van te huilen. Dat wij, jonge Vlamingen, jonge Europeanen, de toekomst van het land en het continent, gediplomeerd, getalenteerd, gedreven, dat wij vier keer het Sportpaleis uitkopen voor twee uur nostalgie. Voor twee uur vroeger.

Ben ik de enige die dat pijnlijk vind? Want ik vraag mij oprecht af: halen mijn leeftijdsgenoten daar écht troost uit? Uit de Samsonrock? Dat kan toch niet?

Of is het misschien een ironische grap die ik niet begrijp? Ik moest denken aan Rem Koolhaas, de Nederlandse architect. Koolhaas, een man van drieënzeventig, vergelijkt ons, jonge Europeanen, met zíjn generatie toen hij jong was. Koolhaas analyseert ons cafégedrag. In zíjn tijd (zegt hij op een Youtubefilmpje en met excuses om te klinken als een oude man) zochten jonge mensen de bruine kroeg op. Plaatsen waar er schaduw was. De duisternis, waar ze konden doen wat ze wilden doen. Waar ze vrij konden zijn.

In onze tijd, nu dus, zijn de cafés gemaakt van glas. Van zichtbaarheid. Jonge mensen nu willen kunnen zien en ze willen gezien worden. Ze willen duidelijkheid. Veiligheid. Zekerheid. Narcisme gemengd met angst. Leven in het verleden is als op café gaan met grote ramen. Alles is zichtbaar daar. Er zijn geen onzekerheden. Er is vertrouwen. Er is comfort.

En dus is er troost. Troost die wij, kinderen van onze tijd, niet kunnen vinden in het heden, laat staan de toekomst. Wat verlangen wij ernaar om even terug naar toen te kunnen! Voor even terug in de warme sofa van de kindertijd! Waar het heerlijk was. Waar het goed was. Al was het maar voor één avond. Een Throwback Thursday in het Sportpladijs.

Vier avonden, dames en heren. Tachtigduizend kinderen van twintig en dertig. Ik heb het al gezegd: we zijn allemaal op zoek naar troost in deze tijden. En dat is oké.

Maar het ding is, Samson gaat ons daar niet bij helpen. Samson gaat de leegte in ons niet vullen. Samson is geen remedie tegen onze burn-outs. Want Samson, dat is al lang niet meer die aardige hond van in onze kinderjaren.

Samson in 2017, dat is een product van de multinational die Studio 100 heet, en die heeft geld geroken in ons verlangen naar vroeger, in onze onzekerheid, onze angst. Het is nu hier te doen, beste kettertjes van twintig jaar geleden, hier, vandaag, en morgen, en overmorgen.

De wereld daarbuiten is aan het veranderen. Trump is president. Jeruzalem staat op het punt van oorlog. China wordt een wereldmacht. Maar dat zie je niet wanneer je in het Sportpladijs staat te W817 op iets wat toch nooit meer terug zal komen.

Advertenties

‘We gingen eens gaan voetballen’: 7de voetbaltoernooi voor atletiekclubs

Waar anders kan je een dubbele Europees kampioene zien en er niets tegen durven zeggen dan op het 7de voetbaltoernooi voor atletiekclubs? Inderdaad, op redelijk veel atletiekmeetings het hele jaar door, maar dat is het punt nu niet. Trouwens: dit was voor het goede doel.

Een van de gevoelens die ik koester en met mijn leven bescherm, naast dat van verliefdheid, is het starstruck zijn. ‘Sterrengeil’ zoals sommige woordenboeken het wel zeer vuil vertalen, een term die ik begrijpelijkerwijze uit de weg ga, teneinde mij zélf niet al te vuil te voelen. Het is een goedkope vorm van verliefdheid en bovendien makkelijker te verkrijgen, omdat ook mannen in aanmerking komen. Soms gaan die twee gevoelens ook hand in hand, maar dat doet niet echt ter zake hier.

Renée Eykens
Foto: Akshan Myumyunov

Dus, ongerelateerd: Renée Eykens – Europese topper – speelde mee op het 7de voetbaltoernooi voor atletiekclubs op de Campus Schoonmeersen van de HoGent, een organisatie van Sportaround met aan het hoofd ervan de altijd beminnelijke Bert Misplon. Zoiets – zo’n ster aanwezig – maakt dus mijn dag. Ach, Who am I kidding: dat maakt mijn wéék. En Renée moest dan nog het logo op haar truitje afplakken om haar eigen kledingsponsor geen concurrentie aan te doen: precies echt allemaal! Ook schouder aan schouder staan met kleppers als Ben Broeders (hij heeft schoon krollen, maar ’t is toch hetzelfde niet als een Eykens) en Jan Van Den Broeck (hij stapte níet halfweg onze wedstrijd uit, overigens) laat mij niet onverschillig. Dat vooruitzicht was meer dan genoeg reden om af te zakken naar Gent. Dát en het feit dat ik mij geen plezier meer laat ontzeggen door mijn kapotte hamstrings, hoe vaak medisch personeel ook blijft zeggen: dat komt nog wel goed. No it won’t. Ik ga gaan shotten. (10 maanden out and counting, 4 maanden onnozele oefeningen doen en alleen maar meer last hebben: hallo. Kinesitherapie, shminesitherapie!)

Wij dus naar Gent met de clubtent van ACP in onze auto. Een goede inval, want regenen zou het de eerste helft van de dag bijna aanhoudend doen. Enkel tijdens onze wedstrijden hield de Heer de hemelsluizen gesloten, als wilde hij ons naar die felbegeerde beker gidsen, en nee, niet die sullenbeker van de fair play, maar wel zo’n echte, die meestal niet voor ACP’ers is weggelegd.

Het leek nog te gaan lukken ook: wij op teamspirit en Pajotse onverzettelijkheid naar drie overwinningen op rij in de poulefase, waarbij vooral de laatste wat toelichting verdient. Het betreft die tegen DCLA met de gebroeders Broeders en met helaas ook een vleesgeworden karikatuur (“wel met vijftien jaar voetbalervaring, he!!”) die het nodig achtte om – onderwijl schreeuwend als een gekeeld varken – over imaginaire benen te vallen. Bon, we wonnen die match, al kostte het ons een – briljant door de organisatie genegeerde – klacht van die brulboei die de prioriteiten in zijn leven blijkbaar nog niet helemaal op orde heeft en die om een of andere reden ook een kapiteinsband aanhad. Het voetbalequivalent van overdressing. Later zou hij nog jonge atleten gaan uitkafferen in een match die er al lang niet meer toe deed. Jammer.

Toch kon ik niet vermijden dat door die klacht het beeld van een in het niets oplossende fairplaybeker voor me opdoemde. Ook een sullenbeker hadden wij niet geweigerd, besefte ik toen. Wij zijn tenslotte ACP. Wij moeten pakken wat we kunnen krijgen.

Die zin brengt me naadloos naar de vrouwenmatchen. Tussen onze wedstrijden door hielden wij ons onledig met het volgen van de matchen van onze vrouwenploeg FC Pajot, die het toernooi ook won en wel tegen de ploeg van Renée.  Wat dus voor een moeilijke spreidstand zorgde, helaas enkel figuurlijk bij mij en niet letterlijk bij de speelsters. Ik applaudisseerde dus gedwee bij elke goal van onze damesploeg en deed dat ook bij elke goal van Renée, zij het zachtjes. En enkel in mijn hoofd.

Wij waren intussen al op penalty’s gesneuveld in de achtste finales, in een kennissenduel met Laurens Schockaert en Evert Van Belle. Eerder al hadden wij na enkele seconden op het veld afscheid moeten nemen van een speler door een verzwikte enkel en slechts een match later ook van een tweede door een spierscheur.  Tussenseizoen: doe eens wat alternatieve trainingen, zeggen ze dan. Amuseer u, zeggen ze dan. Gelukkig dat het voor mij allemaal niet meer uitmaakt.

22137145_899714150179082_8602102346463094417_o
De winnende damesploeg: FC Pajot. Foto: dezelfde gast als hierboven, maar ik kan zijn naam niet goed schrijven.

Verwarmingspaal

Ik sta alleen denk
het wordt moeilijker met het jaar
kijk sluiks naar haar sluike haar golvend
op thermiek van een verwarmingspaal
waar ik de moed ooit haal…
en snel snijd ik verder in mijn onhandig potje groen
ik heb nog sneller een vrouw vandoen en minder dialect
denk ik direct
heb ik ooit met een blik minder gezegd?
minder daadkracht?

wacht

daar beweegt in de hoek van mijn blik
mogelijks wat ik zoek… slik… doe normaal
‘vind je het erg dat ik je even haal?
eet toch met ons mee’
euh… nee nee
en: graag

Cemping Karen en James: Wat als James Cooke een aap zou zijn?

Het is moeilijk om James Cooke – bekend geworden om geen reden in het bijzonder – nog te ontwijken op tv. Zeker omdat hij, als hij even uit beeld dreigt te verdwijnen, er clichébevestigend weer inspringt met ongelimiteerd gebruik van weidse gebaren en Rising van Natalia op de achtergrond.

Dat is exact wat er gebeurde in ‘Cemping Karen en James’ (James verkiest de ridicule uitspraak van camping. Omdat ik verderop al onverdraagzaam genoeg zal zijn, laat ik het hier even passeren.) James komt dus aangereden bij het huis van doodgewone Karen, die ook al enkele jaren haar best doet om te tonen dat ze een doodgewone ster is zoals elke huisvrouw. (Hou van jullie lichaam, dames! Niet zoals James natuurlijk, want die moet denken dat hij te dik staat, zoals het het cliché betaamt.)

Bon, Karen is dus doodgewoon haar biologische koffiemelk, kokosbloesemsuikerklontjes, zonnebloem- en pompoenpitten en K3-speltmuesli aan het inpakken op het moment dat de productie vindt dat James Cooke moet aankomen. Ze hadden opgevangen dat elke moderne vrouw tegenwoordig een gay best friend heeft, gelijk genoeg opzet voor een programma. Toen een medewerker dan ook nog eens kwam aandraven met het idee voor een semi-reality maar toch geënsceneerd feelgoodprogramma waarin minderheden centraal komen te staan, ja, dan waren de camera’s al praktisch aan het draaien natuurlijk. En de monteurs aan het verdraaien.

Dus. Ze zien de auto waarmee het allemaal zal moeten gebeuren. Ze herkennen hem als de auto uit een of andere vorige reeks (Ik heb James Cooke blijkbaar toch lang kunnen mijden) en begroeten hem met de voornaam. De auto. (Mijd die mensen) Het olijke duo rijdt naar hun kampplaats, waar er gelachen wordt met het cliché dat vrouwen niet goed kunnen parkeren, James lacht wat met Afrikanen (“Die spuwen in elkaars gezicht, he.” *Klikgeluiden als taalimitatie*) En gebruikt dan helaas het verkeerde cliché door “Ugh” te zeggen (Dat zeggen toch alleen de indianen zeker, dommeke!). Jammer, want ze waren nochtans heel correct bezig met hun clichés!

God, ik word hier allemaal zo moe van. Kort samengevat dan: op de camping ontmoeten ze vrijen van geest, er is een wat oudere man die zijn papegaai met zijn vuile bek in zijn tong laat pikken, er is een misverstand over wie nu een koppel vormt met wie (tip: het zijn de vrouwen met elkaar, die en passant de ‘vuile man’ uitlachen – “toch niet met hém zeker”), ze eten er die typische Vlaamse campingkost ‘wraps’, Karen begint te wenen als ze spinnen ziet in de ‘sanitairs’ (graag zou ik weten wat één sanitair dan precies is), intussen hebben Karen en James ook al tegelijk luidop dezelfde sms gelezen, ze hebben getoond dat ze – woosh – geen enkel besef hebben van het belang van The Two Ronnies in de comedyscene van de voorbije decennia, Karen moet in een emmer pissen, de caravan is te klein, de deur van de caravan is grappig, het bed van de caravan is grappig, het is grappig dat de kastdeur van de caravan openzwiert, sukkelen met het opzetten van een tent is grappig…

Het genre is ondertussen zo volwassen geworden dat het hoogst irritant wordt om naar te kijken, maar dat kan aan mij liggen. Ikzelf heb het in drie stukken van een klein kwartier moeten kappen om niet het gevoel te hebben dat ik mijn leven aan het vergooien was. Toen ik hoopte dat het nu echt écht bijna gedaan was, zat mijn balkje nog maar aan minuut 21 van 39. Ik ben tijdens een van de breaks in de tuin gaan wandelen in de hoop dat daar niet plots een hyperkineet uit de struiken zou springen. Ik heb een boterham en wat fruitsla gegeten om de gedachte aan biologische koffiemelk, kokosbloesemsuikerklontjes en speltmuesli te verdringen.  Ik heb nog één keer gedacht aan het moment waarop James Cooke een aap nadeed in de ‘sanitairs’ van de camping – zomaar. “Ik ben precies een aap. Oe oe. Stel u voor.”  Ja, stel u voor dat ge nen aap zou zijn. STEL U VOOR. Wat dan? Wat dan in godsnaam, James? Ja, dan had ge dit programma niet gemaakt. Dat is eigenlijk héél moeilijk voor te stellen wat allemaal de consequenties zouden zijn mocht ge plots nen aap zijn. Onbewust hebt ge met die ene, schijnbaar banale opmerking, een interessant vraagstuk opgeworpen. Het diepzinnigste stuk van de aflevering. Wat als James Cooke plots een aap zou zijn? Wat telt: geen James Cooke meer op tv.